Een stukje geschiedenis

Ter gelegenheid van het 125- jarig bestaan van onze Harmonie verscheen er een jubileumboek, met o.a. een stukje geschiedenis van Concordia.

Vijftien jaar terug, in 1993 schreef wijlen Theo Vandebosch een boekje over het wel en wee van "zijn" Concordia, ter gelegenheid van zijn 60- jarig muzikantschap.
Vijf jaar na het schrijven van zijn boekje over Concordia werd Theo opnieuw gehuldigd, deze keer voor zijn 65- jarig muzikantschap.
Als eerbetoon aan Theo geven wij jullie het boekje integraal weer.

 

Voorwoord

Zestig jaar muzikant. Het is een heel mensenleven vol muziek. Ook daarin zullen er waarschijnlijk ups en down geweest zijn. Wie zou het anders verwachten?
Maar toch. Het is slechts enkelen gegund om iets dergelijks te mogen meemaken. In 1991 heeft ook ons lid Lambert Ponsen een dergelijk groot jubileum mogen meemaken. Maar dit zijn uitzonderingen, waarvoor wij alleen maar bewondering hebben.
Theo Vandebosch heeft ter gelegenheid van zijn jubileum vandaag iets bijzonders gedaan. Hij heeft een paar van zijn belevenissen met Concordia op papier gezet.  
Voor ons zijn deze aantekeningen van onschatbare waarde. Zij betekenen immers een bijdrage tot de geschiedenis van de Koninklijke Harmonie Concordia Maaseik.
Herinneringen die anders zouden verdwijnen.
In naam van alle leden van Concordia feliciteer ik Theo met zijn zestigjarig jubileum. Vandaag zetten we hem daarvoor in de bloemetjes. Namens het Muziekverbond van België geven wij hem één van de hoogste onderscheidingen in de muziekwereld, het Gouden Ereteken met de Palmen.
Maar we bieden hem ook deze uitgave aan, die de voorbije jaren van de harmonie levendig houdt voor ons, maar ook voor alle muzikanten die in de toekomst Concordia zullen vormen.
Wij wensen Theo Vandebosch nog veel muziek toe binnen de kring van "zijn" harmonie.
Maaseik, 22 oktober 1993.

Namens alle leden van Harmonie Concordia,
Henri Verlaak
voorzitter



Tramlijn Tongeren-Maaseik

Een impressie van deze in 1954 (personen) en 1955 (goederen) opgeheven lijn.

Prille begin van een muzikale carrière

Ik was slechts elf jaar oud toen ik in 1933 mijn eerste stappen zette in het moeilijke domein van de muziek. Zo ver als ik me kan herinneren, was het beheersen van de klarinet mijn grote droom. Al vlug werd echter duidelijk dat dit geen gemakkelijk te hanteren instrument is. In het begin klonken mijn oefeningen dan ook zo erg, dat zelfs moeder zich afvroeg of dat "gefiep" wel ooit in muziek zou veranderen.
Maar gelukkig stam ik uit een muzikale familie. Mijn broer Leon bespeelde al een tijd de klarinet en broer Mathieu de trombone. En die muzikale microbe zat ook mij in het bloed. Overdag moest ik naar school bij de Fraters in de Bleumerstraat. Maar van zodra ik terug thuis kwam, nam ik de klarinet in de hand en begon ik te oefenen. Dag in dag uit maar repeteren. En langzaam aan veranderde het "gefiep" een beetje in muziek.
Ik had dus helemaal geen reden tot klagen want ik vorderde tamelijk goed. Zo goed zelfs dat mijn broer Mathieu ervan overtuigd geraakte, dat ik ooit wel eens muziek zou kunnen maken. En opdat dàt iets vlugger zou gebeuren, hielp hij mij bij mijn studies in het muziekleerboekje. Want daar had ik het toch wel moeilijk mee. Maar Mathieu had iets bedacht om mij te steunen. Wanneer ik het lesje goed speelde, dan kreeg ik van hem een kwartje. Stel u voor, 25 centiemen. Dat betekende voor mij in die tijd een heel fortuin.
En uiteindelijk was het dan zo ver. Ik mocht met broer Leon naar de les bij "Blènje Fons". Deze typische Maaseiker figuur woonde toen in de Eikerstraat, bij slager Joosten. Hij leefde alleen maar voor de muziek. De meeste Maaseikenaren kennen hem als dè organist van het grote orgel in de St. Catharinakerk, de "grote kerk" van Maaseik. 
Ook bij Fons moest ik de hele tijd maar leren en oefenen. En hij begeleidde alles op de piano, die in de grote kamer stond. Hoe dat toen allemaal precies ging, ben ik vergeten. Ik weet nog dat we in het "solfègeboekje" de partituur van Blènje Fons volgden. De geringste fout, de kleinste verkeerde noot.... en de ganse les moest herhaald worden. Wat me bij gebleven is, is dat wij hem als snotapen ieder jaar met Sinterklaas een grote speculatieman meenamen.
Les kreeg ik ook van Lei Tissens. Ik was toen al iets ouder en kon samenspelen met zes of zeven leerlingen van Lei. We kwamen samen bij Bèr Krawinkels boven het café naast het stadhuis op de markt.
En ook daar maakten we het één en het ander mee. Op een dag werkte Bèr afzonderlijk met een leerling. Het wilde echter maar niet vlotten en Bèr werd hoe langer hoe kwader. Op een bepaald moment barstte de bom en riep hij uit: "Weet ge wat ge zijt? Een muzikant van m'n kont!!!"
Wij andere jongens schoten natuurlijk in een lach.

Leon en ik volgden eveneens les bij Jaak Kraewinkels.
In die tijd was er helemaal geen sprake van een muziekschool en zeker niet van een muziekacademie, zoals we er nu in Maaseik een hebben. Daarom ging iemand die muziek wilde leren spelen eenvoudigweg bij de één of andere goede muzikant aankloppen om les van hem te krijgen. Ook Jaak was zo'n "goeie muzikant", die zijn kunnen aan anderen wilde doorgeven.

Eindelijk met de harmonie mee!

Na al die lessen en na al dat gerepeteer kon ik eindelijk met de groep, met de harmonie de straat op. In het begin kwam er op straat natuurlijk niet veel muziek uit m'n instrument. Want op straat spelen of zittend spelen is nog een groot verschil. Maar al doende leert men, zegt het spreekwoord. En na een tijd kon ik de marsen toch al een beetje meevolgen.
Eén van de jaarlijkse hoogtepunten voor de harmonie was de processie met grote kermis. Dat was een fantastische gebeurtenis. De volledige harmonie trok uit en zelfs Blènje Fons stapte mee op met zijn tuba. Geleid door een jongen liep hij de ganse stoet mee in de rij. Ieder jaar weer lokte de processie enorm veel volk naar Maaseik. En geen enkele vereniging liet het zich nemen om aan deze stoet deel te nemen.
Maar ook bij bijvoorbeeld priesterwijdingen zagen de straten zwart van het volk. Het feestcomité van de straat waaruit de priester afkomstig was, liep er fijn uitgedost en op zijn paasbest bij. De buis op het hoofd, de "pittelèr" of zwaluwstaart aan en de witte handschoenen aan. De hele buurt werd met bloemen versierd... en de harmonie moest er natuurlijk bij zijn want anders was de stoet maar half zoveel waard.
Hetzelfde gold voor de Gouden Bruiloften of het geven van een concert ter gelegenheid van de kleine kermis in de Eikerstraat of van de kermis aan de "Statie". Voor onze groep stond er dan speciaal een kiosk opgesteld, waarop wij ons concert ten beste gaven. En wat kon het ons schelen dat die kiosk slechts bestond uit enkele lege tonnen met daarop wat planken. Voor ons was het een concert en we waren er fier op.
Bijzondere herinneringen heb ik ook aan het inhalen van Fernand Stiels. Op zijn nieuwe burgemeesterssjerp moest natuurlijk geklonken worden. Er werd een groot feest georganiseerd waarbij Jean Vancleef, de koster, de glaasjes steeds maar weer vol wijn schonk.
Minder aangename optredens waren de begrafenissen. Ik heb nog meegedaan aan de begrafenis van onze toenmalige voorzitter Jaak Peeters. Wij kleinen kregen van het bestuur een briefje mee, dat we aan frater-directeur moesten afgeven. Voor deze speciale gelegenheid mochten we uit die strenge fratersschool aan de Bleumerstraat wegblijven.
Vroeger was het contact tussen bestuur en muzikanten anders dan vandaag de dag. Er was een grotere afstand. De voorzitter was meestal iemand die buiten de harmonie stond. Iemand uit de groep van de zogenaamde prominenten in de stad.
Ook de opvolger van Jaak Peeters kwam uit die groep: Henri Vanderdonck.
Tijdens de wekelijkse repetitie op zaterdag was er nooit iemand van het bestuur aanwezig. Slechts wanneer er één of andere activiteit voor de deur stond, kwam de voorzitter even iets vertellen. Zo ging dat vroeger.
Wanneer de Koninklijke Harmonie op uitstap was geweest, ging de ganse groep na afloop met de vlag voorop naar het huis op de hoek van de Hepperstraat en de Vullerstraat.
Daar woonde Henri Vanderdonck in het huis "In de soete naem Jesu", het pand waar tot vóór enkele jaren de bibliotheek was. Daar werd de vlag afgegeven en ze bleef er tot de volgende uitstap. Ook toen was het een mooie vlag met bovenop het houten beeld van Jan en Hubert Van Eyck. Ze werd fier gedragen door Bèr Gielen.
Pas na die kleine traditie ging de harmonie terug naar het lokaal.
Het korps had in die tijd geen echt uniform, zoals nu. Ons herkenningsteken was een groene kepie. Ik weet nog dat me deze eerste kepie te groot was. Met behulp van een opgerold stuk krantenpapier maakte ik hem een beetje kleiner, zodat ze tenminste niet over mijn oren zakte.
Dirigent was Mathieu Claessen, die toen in de Grote Kerkstraat woonde. En als ik me hem voor de geest haal, dan zie ik hem altijd draaiend aan zijn enorme snor. Hij moet er wel erg trots op zijn geweest.
Tussen 1933 en 1940 bestond het bestuur, voor zover ik nog weet, uit Brouns, Willem Segers, Krawinkels, Leo Vissers, Leien en voorzitter Henri Vanderdonck.
Inmiddels was het 1939 geworden en werd ik 17 jaar oud. Natuurlijk maakten we plezier in de harmonie en speelden we toen al verschillende marsen ("Boute Antrai", "Demer en Jeker", processiemarsen "St. Lucie" en "St. Leon" en heel vaak "Lang zal hij leven").
Bij alle uitstappen vloeide er rijkelijk wijn. 's Anderendaags voelde ik me dan echter niet erg goed en rook ik nog altijd naar de wijn.
Muzikanten en bestuur waren toen:

Tien klarinetten: Leon Plaghki, Leon Muizers, Hub Smeets, Jaak Kraewinkel, Jean Monsieurs, Meizen, Leo Vandebosch en ikzelf, Massie en Lom Segers.
Zes pistons: Lom Godermans, Ber Dusché, Jaak Vanaanhold, Bèr Van Heeswijck, Henri Plaghki en Emile Coppens.
Drie bugels: Louis Schepers, Meulenmeester en Pier Meulenmeester.
Drie alto's: Vandeberg, Charel Vanwijck en Colla Peeters.
Twee sax alten: René Corstjens en Jef Lahaey.
Eén sax tenor: Poliet Janssen.
Twee baritons: René Broens en Miel Wouters.
Drie trombones: Mathieu Corstjens, Mathieu Vandebosch en Jef Collen.
Drie tuba's: Leon Paumen, Willem Peeters en Willem Peters.
Twee bombardons: Door Janssen, Charel Stijckers.
We waren met 35 spelende leden en twee kleine trommels: Mathieu Van Es - beter bekend als Thieuke Valk - en Bèr Metten. Dikke trom sloeg Jaak Monsieurs.
Fonske Wetzels droeg de dikke trom op zijn rug, waarvoor hij van Jaak altijd 1 frank kreeg. En in die tijd had je voor 1 frank nog een pint bier.
En dan brak de oorlog uit en lag de harmonie stil.

Na de oorlog 40-45

TERUG VAN START MET HARMONIE CONCORDIA

Na de bevrijding moest de harmonie van begin af aan opnieuw starten. Enkele muzikanten uit het korps van vóór de oorlog trokken de kar terug op gang. Samen met de nieuwe leden vormde zich een groep van ongeveer 25 muzikanten.
De repetitie ging door in de kleine zaal in Café de Posthoorn (Bosstraat) bij Mathieu Kraewinkels. De harmonie kreeg een Hollandse dirigent, waarvan ik me de naam niet meer herinner.  
We merkten echter al dadelijk, dat deze man het niet lang bij ons zou uithouden. En hij gaf dan ook na korte tijd zijn ontslag.
Even daarna verhuisden we naar het lokaal van Jèske Peeters aan de Eikerstraat. Dirigent werd Swijzen, een zachtaardig man. Het bestuur bestond uit Jan Montfort, Rene Peeters, Michel Vancleef, stadssecretaris Vancleef, Verstappen, Gutschoven en nog anderen.
We kregen zelfs een nieuwe vlag waarop in het midden een jongen stond geschilderd met een lange trompet.  
En de activiteiten namen weer toe. Een uitstap voerde ons naar Ophoven, waar we een concert zouden geven. Te voet, want er was geen ander vervoer, gingen we met de zeer kleine groep van 20 muzikanten en een 4- tal bestuursleden op weg.  
Die uitstap liet in het korps een diepe inzinking na en deed de emmer overlopen. Er werd wat heen en weer gepraat. En tot slot gaf iedereen er de brui aan.
Gedaan met de harmonie.
De groep had slechts drie jaar overleefd. En nu plots was er geen harmonie meer. Natuurlijk vonden de mensen van Maaseik dat erg. Geen muziek meer. Bij de een of andere viering liep er geen harmonie meer in de stoet. Maaseik zat zonder harmonie.  
Sommigen maakten met Halfvasten zelfs een groep met de naam: “Waar is onze harmonie?”.

HARMONIE DE LIER

Maar de "harmonie-loze" toestand duurde gelukkig niet lang.  
Het was echter niet de oude Koninklijke Concordia die terug het levenslicht zag. In plaats daarvan kwam Harmonie De Lier.
Het bestuur bestond uit voorzitter Marbaise, Albert Lefèvre en Leon Paumen. Zij waren de stichters.  
Verder waren er Albert Ost, Leon Haldermans, Lei Tissens, Michel Vancleef, stadssecretaris Vancleef, René Peeters, François Cordie en Jean Vankerkom.
Het was een geweldige groep met 45 spelende leden. Dirigent was Jean Demandt uit Eisden. Ook nu bezat het korps nog geen echt uniform, maar droegen we een zwarte kepie.   
De groep had als vlag de Belgische driekleur met daarop een lier.
Harmonie De Lier maakte vele uitstappen. Door tussenkomst van René Peeters konden we een bezoek aan Brouwerij Alken brengen
op een dag midden in de week. Het feest kon niet op. Bier vloeide, broodjes werden rondgebracht en dat was maar goed ook, want anders hadden we allemaal binnen de kortste keren onder de tafel gelegen.
Met De Lier trokken we ook naar het Waalse Herve. Op het stadhuis kregen we een receptie, waar de champagnekurken knalden dat het een lust was.  
Enige tijd later moesten we een concert geven in Anderlecht.  
We vertrokken op tijd uit Maaseik met een bus van Broekmans. Maar we kwamen niet verder dan de brug in Lanklaar. Daar bleven we steken met stukken aan de bus en er zat niets anders op dan de reis af te zeggen.
De zondag erop trokken we opnieuw naar Anderlecht. En dit keer geraakten we er zonder oponthoud en konden we onze marsen spelen. Die stoet te Anderlecht was echter een hele klus. De straat ging dikwijls bergop. We speelden dat het een lust was, niet alleen op straat, maar ook in de café's. Opeens kwam Jan Van Kerkom op het idee om een bezoek te brengen aan een muziekwinkel. En bij kijken bleef het niet. Hij kocht er een dikke trom. Zelf trokken we na afloop met stille trom naar huis, maar we hadden toch veel plezier gehad.
Veel werk maar ook veel plezier beleefden we bij de zogenaamde “nevenactiviteiten”.
Bijvoorbeeld bij de Vlaamse kermis, die georganiseerd werd om geld in het laadje te krijgen.
Toen we genoeg geld verzameld hadden kocht het bestuur nieuwe instrumenten, die allemaal in de nieuwe toonaard stonden. Bij een bepaald evenement kregen we de harmonie uit Eisden op bezoek. Samen met hen zou De Lier door Maaseik trekken.
Verzamelpunt was Bèr Vanminsel aan de Bospoort. Na het drinken van een paar pintjes stelden we ons op vóór het café.  Plots zakte Fonske Wetzels onder zijn dikke trom neer en moest hij met de ziekenwagen naar het ziekenhuis gevoerd worden. De ganse groep was uiteraard fel aangedaan, maar het bestuur wilde dat we verder deden. En ondanks het treurige voorval beleefden de harmonies uit Maaseik en Eisden-Mijn een fantastische dag. Het was een grote groep muzikanten, die op die dag door Maaseik trok en vooral in de Bosstraat, waar de klank tussen de huizen gevangen wordt, klonk de muziek als nooit tevoren.
We deden mee aan de "Een mei optocht" in Genk, waar we "Maaseiker Cocktail Potpourri" speelden. Dat viel zeer in de smaak van de toeschouwers. Traditioneel werd ook ieder jaar Sinterklaas ingehaald aan de Maas. Dikwijls konden we het niet uithouden van de kou aan onze vingers. De pistons van de instrumenten vroren vast en dan moesten we maar telkens een café in lopen om alles te ontdooien. Dat was een minder fijne kant.
Een reis maakten we naar Knokke om er een concert te geven.
Daar maakten wij en vooral Lei Tissens, kennis met de dames op het strand in een badpak. Dat kenden we in Maaseik niet.
Maar ook De Lier maakte dan zwakkere tijden mee.  
Het ging steeds minder en minder goed tot uiteindelijk ook het einde kwam voor Harmonie De Lier.

OPNIEUW MET HARMONIE CONCORDIA

Er ontstond echter weer een nieuwe harmonie. Maar nu weer onder de naam Koninklijke Harmonie Concordia.
Op 13 juli 1959 werd er een algemene vergadering georganiseerd. Er werd een reglement van inwendige orde gestemd en de 26 aanwezige muzikanten kozen bij eenparigheid van stemmen de volgende bestuursleden:

Erevoorzitter: Burgemeester Claessens
Voorzitter: Mathieu Segers
Ondervoorzitter: Bèr Poukens
Penningmeester: Albert Kraewinkels
Secretaris: Dirkx
Hulpsecretaris: R. Daelemans
Raadgevende leden: J. Vancleef, C. Debusschere, M. Reijlands, A. Kraewinkels, F. Marbaise, M. Hendrikx, M. Trines, J. Henkens en J. Bocken 
Spelende leden: L. Paumen, L. Vandebosch, H. Clerkx en A. Lefèvre

De zes gekozen bestuursleden droegen de volledige verantwoordelijkheid van de nieuw opgerichte harmonie.
De maatschappij verplichtte er zich toe om elk Te Deum, elke processie, de jaarlijkse kermisprocessie, de begrafenisplechtigheden en enkele andere stadsfeesten op te luisteren.
Iedere zaterdag was er repetitie om 20.00 uur.
Om de twee jaar moest er herkiezing van het bestuur plaatsvinden en dit op de eerste zaterdag van de maand juni. Dit gebeurde voor de eerste keer in 1961.  
Al deze reglementen werden goedgekeurd op 15 oktober 1959. Op die manier werd de harmonie nieuw leven ingeblazen.
Dirigent werd de Nederlander Knupkes. Hij liet ons goede muziek spelen. We gingen naar Rijsel in Frankrijk om er deel te nemen aan een grote stoet. En dit bracht geld op voor onze maatschappij.
In 1961 werd er een nieuwe vlag ingewijd. Er werd op gedronken en geklonken en op de Markt werd er een concert gegeven, op de kiosk vóór het stadhuis. Het was een prima concert en de dirigent werd bedacht met een bos bloemen.
Knupkes bleef een paar jaar. Maar om de één of andere reden diende hij zijn ontslag in. Nieuwe dirigent werd Ubachs uit Stokkem. 
De harmonie verhuisde naar de “Blauwe zaal Forum” op “‘t Bad”. De nieuwe dirigent wilde orde in de zaal hebben en eiste dat iedereen om stipt 20.00 uur achter de pupiter zat om de repetitie te beginnen. We gaven concerten in Stokkem, in Herderen,......  
En ook allerlei feestjes in Maaseik luisterden we op. Maar... na enkele jaren gaf ook deze dirigent ontslag, omdat hij het niet meer kon combineren met zijn werk.
Mijn familie had zes muzikanten in de familie:
Mathieu speelde trom, Leon klarinet en z’n twee zonen Hubert klarinet en Mathieu trompet. 
Muziek zat bij onze familie in het bloed.
Het lokaal van de Koninklijke Harmonie Concordia verhuisde naar de "Stadsfeestzaal" aan de Markt.
De groep bloeide: er was een majorettenkorps, een trompetterskorps en een trommelkorps. 
Dirigent werd Raemakers uit Thorn, een zeer bedreven en uitstekend dirigent, die zelf marsen en processiemarsen schreef ("Virga Jesse", "Regina Pacis", "O.L.Vrouw onder de Linden", "O.L.Vrouw Sterre der Zee", "Dieu et Patrie", enz...).
Met hem maakten we een reis naar Antwerpen om er een concert te geven op de Groenplaats. Het succes was enorm en de mensen vroegen steeds maar weer bisnummertjes.
Een ander concert gaven we in Leut, waar we “Drie Aquarellen” van Guy Duijck speelden:
1. Spelend kind
2. Landschutz
3. De danseres
Een prachtig stuk, waarmee we veel succes oogstten, ook bij de andere muzikanten in de zaal. 
Op het reisschema stond eveneens een concertreis naar Oostende.  

In Maaseik zelf was het een "plicht" om iedere kermis te openen. Kwam de harmonie niet langs, dan was het eigenlijk geen echte kermis. Eerst in ‘t Ven bij het Eierkuppen. In de café’s daar werd muziek gespeeld. Bier en eieren vierden hoogtij.
De kermis in de Eikerstraat, in Siemkesheuvel, in Aldeneik en in Wurfeld. Maar de plezierigste kermis was die van Heppeneert. Daar waren er maar drie café’s. Het meest gevraagd werd "Vlaai, vlaai, socker op de vlaai". Allemaal liedjes, die de mensen meezongen tot laat in de nacht.
Karnavalsstoeten luisterden we op in Lanaken en Maasmechelen, in Dolhain (zelfs drie jaar na elkaar) en natuurlijk elk jaar in Maaseik.
We gingen naar Dusseldorf, waar het een grote stoet zonder einde was, naar Schijndel in Nederland.  
Reizen gingen naar Altenahr, Königswinter enz...

Elk jaar op 11 november trokken we met het stadsbestuur en de oudstrijders met hun vaandels naar de kerk om de Brabançonne te spelen. Daarna naar het kerkhof en terug naar de Markt, waar de kamers geschoten werden.
Na afloop bezochten we café’s. Uiteindelijk bleven er nog een tiental muzikanten over om te boemelen.
Speciaal voor onze bassist Henri Clerx speelden we dikwijls een wals. Hij stond dan op en begon rond te draaien met z’n bombardon om de nek. Het ene liedje na het andere werd gespeeld. Laat in de nacht eindigde de tocht met een serenade voor het standbeeld van Jan en Hubert Van Eyck.

Als afsluiting van het jaar volgde er einde november het Ceciliafeest. In die tijd werd dit over twee dagen gespreid.  
‘s Zaterdags werd tot laat in de nacht gefeest en muziek gemaakt in de Stadsfeestzaal.  
‘s Zondags ging de groep naar de St. Catharinakerk voor het opluisteren van de mis. Na afloop werd een tocht gemaakt langs de cafe’s.
Het bestuur bestond toen uit:

Voorzitter: Mathieu Segers 
Ondervoorzitter: Leon Theunissen 
Schatbewaarder: Henri Vrinssen 
Secretaris: Vancleef 
Leden: Jaak Silkens, Sotermans, Charel Vanwijck, Jaak Bocken, Leon Bocken en Theo Smits.

Er kwam een nieuwe dirigent, iemand uit eigen rangen: Theo Paradis, een echte Maaseikenaar en muzikant in hart en nieren. Bij Concordia speelde hij vroeger klarinet.  
Als dirigent heeft hij ons kennis laten maken met de moderne harmoniemuziek: Jamaican Folk Suite, Mechlin’s Tower, Little Portrait, Moment for Morricone, Fascinating Drums.
Hij kan onze ganse groep begeesteren en beweegt van kop tot teen tijdens het dirigeren.
Vroeger mocht ik zelf ook eens een paar keer "reservedirigent" zijn. Al moet ik het zelf zeggen, maar het ging eigenlijk goed. Ik was daarover zo blij, dat ik op een paar uur tijd "een stuk in m’n voeten" had.
Om de muziek en ook de verstandhouding tussen de maatschappijen in de nieuwe fusiegemeente Maaseik te bevorderenm voerde het Stadsbestuur een "Fusieconcert" in.
Het was een jaarlijks concert, waaraan de korpsen uit Maaseik, Neeroeteren, Opoeteren en Voorshoven deelnamen.
Intussen was er een nieuw bestuur gekomen:

Erevoorzitter: Mathieu Segers 
Voorzitter: Jaak Silkens 
Ondervoorzitter: Theo Smits
Schatbewaarder: Henri Vrinssen 
Verder: Richard Latour, Jean Gonnissen en Charel Vanwijck

De harmonie kende ook toen vele hoogtepunten. Op het Fedekamconcours te Waterschei behaalden we een 1ste  prijs. Vooraf was het repeteren wat de klok sloeg, maar dit leverde uiteindelijk zijn resultaat op.
In 1979 kwam er een volgend bestuur:

Voorzitter: Mathieu Godermans 
Ondervoorzitter: Theo Smits 
Schatbewaarder: Henri Vrinssen 
Leden: Jean Hendrix, Martin Coenen, Pierre Cuypers en Margot Dupont

In 1983 vierde Concordia het 100- jarig bestaan. Een groots feest voor zowel muzikanten als voor de Maaseiker bevolking.
Daarna ging de harmonie achteruit. Er bleef nog maar een klein groepje van uiteindelijk 18 muzikanten over. Er leek geen oplossing in zicht en Concordia zou waarschijnlijk weer ter ziele gaan.
Gelukkig kwam er toch een heropbloei onder het voorzitterschap van Henri Verlaak. 
Het aantal muzikanten steeg weer en door de inspanningen van alle leden kon de harmonie een nieuw en mooi lokaal kopen: de vroegere bioscoopzaal Van Eyck.
Onze muziek mag overal gehoord worden en de leden vormen een hechte band. Dit alles laat hopen en erop vertrouwen dat de harmonie nog jaren lang door de straten van Maaseik zal trekken.
Ik speel nu al 60 jaar klarinet, mijn lievelingsinstrument.
Ik werd vier keer gedecoreerd: 25, 35, 45 en 50 jaar muzikant en toen ik 25 jaar getrouwd was, bracht de harmonie bij ons thuis in de Marktstraat een serenade.
Van mijn broers ben ik nog als enige als muzikant overgebleven.
Ik heb geen enkel jaar berouwd.
Integendeel, ik hoop nog lang temidden van Concordia te mogen spelen, één van de tofste muziekverenigingen die er bestaan.


Op het gedachtenisprentje van Theo schreven zijn kinderen:

Pa,

Toen je elf was
ging je leren muziek spelen.
Muziek werd je leven.
Met jouw muziek bracht je voor velen
een beetje hemel op aarde.
We geloven dat je nu 
muzikant voor God bent in de hemel.